Het Witte Dorp
Om sociale woningbouw te kunnen realiseren als doelstelling van de stichting ‘Hic Jacet Robur’ werd de slapende NV van de teloorgegane machinefabriek ‘De Pol’ in augustus 1932 omgezet in Bouwmaatschappij ‘De Pol’ NV met een maatschappelijk kapitaal van ƒl. 120.000,-. Carel Albert Reesink was enig aandeelhouder en commissaris. Directeur werd een oude studievriend van Carel Albert, architect Willem van Tijen van architectenbureau Van Tijen en Maaskant uit Rotterdam. Eerder was Willem van Tijen door H.J. Reesink & Co diverse malen ingeschakeld voor de bouw of verbouw van pakhuizen.
In oktober 1931 was al een bouwvergunning aangevraagd voor de bouw van 54 woningen op het terrein van de voormalige machinefabriek aan de Marsweg. De directeur Gemeentewerken kwam met een reeks bezwaren over dakvorm, kamerhoogte, fundering, beerputten en riolering van deze ‘hofjesbouw’. Na veel geharrewar, vermindering van het aantal woningen tot 48 en verhoging van de kamers met 1,5 cm, ging de bouw van start. In maart 1933 werden de eerste woningen, in de volksmond al ‘paardenstallen’ genoemd, in gebruik genomen.
Het was de bedoeling van de stichter dat de werkzaamheden van de stichting zich, naarmate de financiële kracht steeg, zou uitstrekken tot het bevorderen van volksgezondheid en woningbouw, steun aan kleine zelfstandigen, voor zover die zich geen levensonderhoud konden verwerven, zorg voor zieken en ouderen, volksveredeling en volksontspanning (sportterreinen, schouwburg- en bioscoopvoorstellingen), volksonderwijs voor volwassenen en steun bij- en bevordering van – de beroepskeuze. Carel Albert Reesink en zijn echtgenote schonken op de oprichtingsdag een bedrag van fl. 100.000,- aan de stichting, die zij vervolgens ter leen terug ontvingen tegen een rente van 5% per jaar. Zij waren ook beheerders van de stichting samen met hun zwager Jean Philippe van der Leeuw, mejuffrouw Alida Alberta Henny en jonkheer mr. Bonifacius de Jong.
Het complex witte woningen werd mede naar een door Van Tijen in Rotterdam gerealiseerd plan ‘Het Witte dorp’ genoemd. Het was opgezet als onderdeel van een grotere woonwijk, maar door economische crisis, oorlog en verdergaande industrialisatie is het daar nooit van gekomen. De woningen kwamen volstrekt geïsoleerd te staan op het industrieterrein. In 1938 volgde Jan Evert Benes, schoonzoon van Carel Albert Reesink, ir. Willem van Tijen op als directeur van de NV Bouwmaatschappij De Pol. De stichting Hic Jacet Robur nam enige jaren later de exploitatie van de woningen van De Pol over. Omstreeks 1950 wordt de stichting eigenaar en richt een afdeling woningbouw op waarvan De Pol onderdeel uitmaakt. In 1976 kocht de gemeente Zutphen de inmiddels vervallen en gedeeltelijk leegstaande woningen en liet alles afbreken (de woningen stonden in rijtjes, dwars op de Marsweg aan het einde van de Paapstraat).
Bron: Boek Van Smederij tot Handelshuis Reesink, nu ook onder de rook van Zutphen! Hans Ellenbroek / Reesink NV ISBN 90-9018653-0
Meer informatie
Een groot deel van de geschiedenis van de Stichting HJR is opgenomen in het boek Van Smederij tot Handelshuis, Reesink, nu ook onder de rook van Zutphen! een uitgave van Koninklijke Reesink NV, auteur Hans Ellenbroek. Woningbouwproject De Pol, beter bekend als de Witte Woningen, aan de Marsweg was een sociaal woningproject dat werd gefinancierd met het kapitaal van (en ook tijdelijk geëxploiteerd door) de stichting Hic Jacet Robur.
Over de architect, directeur en vriend van C.A. Reesink, de heer W. van Tijen, is een boek geschreven Architect W. van Tijen 1894-1974 een uitgave van de Staatsuitgeverij ’s Gravenhage, auteurs Ton Idsinga en Jeroen Schilt.
Overig
Fotograaf en stadsgids Paul Ploegman heeft zich verdiept in de geschiedenis van de firma Reesink en haar panden op de Mars. Binnenkort volgt hier een link naar zijn fotomateriaal en teksten.